ECLI:NL:RVS:2007:BB9488
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- J.G.C. Wiebenga
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning baggerspeciedepot wegens strijd met Grondwaterrichtlijn en milieuvoorschriften
Bij besluit van 12 september 2006 verleende het college van gedeputeerde staten van Gelderland een revisievergunning voor het gebruik van een voormalige zandwinput als depot voor baggerspecie. Diverse appellanten, waaronder milieuorganisaties en omwonenden, stelden beroep in tegen dit besluit. De Raad van State oordeelde dat sommige beroepen niet-ontvankelijk waren wegens gebrek aan belang, maar verklaarde de beroepen van andere appellanten gegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat de vergunning in strijd was met artikel 11 van Pro de Grondwaterrichtlijn omdat de geldigheidsduur niet was beperkt, terwijl nationale wetgeving geen tijdelijke vergunning mogelijk maakt voor deze inrichting. Verder werd geoordeeld dat het beleid en de vergunning onvoldoende waarborgen boden voor de bescherming van het milieu, met name inzake compartimentering van baggerspecie en toepassing van de beste beschikbare technieken.
Andere beroepsgronden, zoals vermeende vooringenomenheid, planologische bezwaren, en schending van de Habitatrichtlijn, werden verworpen. De Afdeling vernietigde het besluit geheel en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan enkele appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de vergunning is geheel vernietigd wegens strijd met artikel 11 van de Grondwaterrichtlijn en onvoldoende milieubescherming.