ECLI:NL:RVS:2007:BB7984
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nieuwe feiten bij vreemdelingenbewaring en onderzoek naar nationaliteit
De zaak betreft een vreemdeling die op 26 juni 2006 in bewaring werd gesteld en waarbij de rechtbank op 8 maart 2007 de bewaring opheft. De staatssecretaris had na negatieve resultaten bij de Algerijnse autoriteiten besloten de vreemdeling bij de Marokkaanse autoriteiten te presenteren, wat nieuw onderzoek inhoudt dat eerder niet heeft plaatsgevonden.
De rechtbank had geoordeeld dat de mogelijkheid van de Marokkaanse nationaliteit reeds bij de eerdere inbewaringstelling was onderzocht en dat er geen sprake was van nieuwe feiten, waardoor de bewaring werd opgeheven. De Raad van State stelt echter vast dat het onderzoek naar de Marokkaanse nationaliteit na de opheffing niet meer kon plaatsvinden, waardoor er wel degelijk sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden.
De Raad van State verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wijst de Raad het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond; de bewaring blijft gehandhaafd.