Uitspraak
200409734/1, heeft de Afdeling het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Voorts heeft de Afdeling het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van het college van 3 oktober 2002 vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.
200502750/1geldt als uitgangspunt dat een beslissing op bezwaar wordt genomen met inachtneming van de feiten en omstandigheden die ten tijde van het nemen van die beslissing bekend zijn en de op dat moment geldende rechts- en beleidsregels. Het college diende derhalve ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar te beoordelen of sprake was van concreet zicht op legalisering. Uit de stukken is gebleken dat ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar het ontwerpbesluit om [Tuincentrum A] vrijstelling op grond van artikel 19, eerste lid, van de WRO te verlenen met ingang van 21 december 2006 tot en met 31 januari 2007 ter inzage heeft gelegen. Op dat moment had de gemeenteraad zich nog niet uitgelaten over de vrijstelling. Het was reeds daarom nog onvoldoende zeker of tot verlening van de vrijstelling kon worden gekomen. Onder die omstandigheden bestond er onvoldoende concreet zicht op legalisering. Het beroep van appellante is gegrond en besluit 3 dient te worden vernietigd.