Uitspraak
200301588/1, de aangevallen uitspraak van 24 januari 2003 bevestigd.
200301588/1, is bevestigd. Daarmee is in rechte vast komen te staan dat de kleinveestal niet overeenkomstig de op de tekening bij de aanvraag om bouwvergunning aangegeven locatie is opgericht, dat de kleinveestal en de gierkelder in afwijking van de verleende bouwvergunning zijn gerealiseerd en dat verweerder derhalve bevoegd is om terzake handhavend op te treden, dat legalisering niet tot de mogelijkheden behoort, en dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden zodanig dat die de conclusie rechtvaardigen dat afgezien dient te worden van bestuursdwang. Uit het bovenstaande volgt dat verweerder in casu van zijn bevoegdheid om met bestuursdwang op te treden gebruik moet maken". Voorts heeft de rechtbank bij de uitspraak van 1 september 2006 uitdrukkelijk en zonder voorbehoud geoordeeld dat zij slechts gronden kan bespreken die zien op de inhoud van de last.
200206222/1(AB 2003, 355) heeft de omstandigheid dat appellant geen hoger beroep heeft ingesteld tot gevolg dat de rechtbank in de thans aangevallen uitspraak van de juistheid van het oordeel dat in de uitspraak van 1 september is gegeven, diende uit te gaan. In verband hiermede kan het hiervoor onder 2.1. vermelde betoog in dit geding geen rol meer spelen en zal dit betoog buiten beschouwing worden gelaten.