ECLI:NL:RVS:2007:BB5858
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag toevoeging wegens zakelijk rechtsbelang na beëindiging bedrijf
Appellant vroeg toevoeging van rechtsbijstand aan voor een geschil over ontbinding van een onderhuurovereenkomst van een bedrijfsruimte met bovenwoning. De raad voor rechtsbijstand stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling en wees deze later af, omdat het rechtsbelang een zakelijk belang betrof dat voortkwam uit een beëindigd zelfstandig beroep of bedrijf.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de onderhuurovereenkomst voortvloeide uit de afwikkeling van het voormalige bedrijf van appellant. Appellant voerde aan dat de betalingsproblemen pas ontstonden nadat hij het bedrijf had gestaakt en de ruimte privé verhuurde, en dat hij de huurovereenkomst kon opzeggen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht aannam dat het geschil verband hield met het voormalige bedrijf, en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het rechtsbelang niet voortkwam uit het beëindigde bedrijf. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag om toevoeging bevestigd.