ECLI:NL:RVS:2007:BB5814
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M. Vlasblom
- M.J.M. Mathot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake kennisneming AIVD-gegevens
De Minister van Binnenlandse Zaken heeft bij besluit van 21 december 2005 de aanvraag van een persoon om kennisneming van eventueel over hem bij de AIVD aanwezige gegevens niet verder in behandeling genomen. Dit besluit werd in bezwaar gehandhaafd. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de Minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De Minister stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering aan de uitspraak van de rechtbank te voorkomen, omdat hij van mening was dat de identiteit van de aanvrager niet op de voorgeschreven wijze kon worden vastgesteld. De rechtbank had echter geoordeeld dat het niet wettelijk verplicht is om een identiteitsbewijs te overleggen en dat de Minister op andere wijze de identiteit deugdelijk kan vaststellen.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Minister geen spoedeisend belang had bij het verzoek om voorlopige voorziening. De vrees voor onomkeerbare gevolgen werd niet gedeeld, omdat de aanvraag alsnog kan worden afgewezen indien niet vaststaat dat de aanvrager de juiste persoon is. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de Minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de wederpartij.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.