ECLI:NL:RVS:2007:BB3792
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens verstrekken onjuiste gegevens zonder belang persoonlijke omstandigheden
De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie trok op 30 augustus 2006 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling in vanwege het verstrekken van onjuiste gegevens of het achterhouden daarvan. De rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat persoonlijke omstandigheden die tot het verstrekken van onjuiste gegevens hadden geleid, relevant waren voor de redelijkheid van intrekking.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat volgens de wettelijke geschiedenis van artikel 35 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 bepalend is of bij bekendheid met de juiste gegevens de vergunning zou zijn verleend. Het is daarbij irrelevant of de vreemdeling zelf onjuiste gegevens verstrekte of dat persoonlijke omstandigheden een rol speelden.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. Tevens werd bevestigd dat het beleid dat intrekking mogelijk is binnen twaalf jaar na verlening niet onredelijk is. De overige beroepsgronden die de rechtbank had beoordeeld, werden niet heroverwogen omdat deze niet in hoger beroep aan de orde waren gesteld.
De Raad van State verklaarde het beroep tegen het intrekkingsbesluit ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waardoor de intrekking van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.