ECLI:NL:RVS:2007:BB2540
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid uitsluiting opvang tweede asielaanvraag via 14-1 brief
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen een besluit van het COA waarin zijn aanvraag voor verstrekkingen op grond van de Rva 2005 werd afgewezen. De kern van het geschil is de vraag of het wijzigingsbesluit Rva 2005, dat aan artikel 2 een Pro zesde lid toevoegt waardoor asielaanvragen via een 14-1 brief geen recht op opvang geven, in strijd is met de Europese Richtlijn 2003/9/EG.
De Raad van State overweegt dat artikel 16 van Pro de Richtlijn het de lidstaten toestaat om opvang te weigeren aan asielzoekers die reeds een eerdere asielaanvraag hebben ingediend. Het onderscheid tussen asielzoekers die na toetsing in het aanmeldcentrum geen opvang krijgen en degenen die via een 14-1 brief aanvragen indienen, is gebaseerd op objectieve en redelijke gronden. De toetsing in het aanmeldcentrum binnen 48 uur bepaalt of een aanvraag voldoende aanknopingspunten bevat voor een verblijfsvergunning, terwijl aanvragen via 14-1 brieven niet aan deze toetsing worden onderworpen.
De Raad van State verwerpt het beroep en bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het wijzigingsbesluit niet in strijd is met het non-discriminatiebeginsel noch met de Richtlijn. Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.