Uitspraak
200510316/1en
200600277/1, waarin eveneens de toepassing van artikel 68, eerste lid, van de Flora- en faunawet door het college aan de orde was.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Fryslân verleende op grond van de Flora- en faunawet een ontheffing voor het doden van wilde eenden ter voorkoming van schade aan gewassen. De stichting Faunabescherming maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van de stichting gegrond en vernietigde het besluit.
Het college nam vervolgens een nieuw besluit op bezwaar, dat wederom werd aangevochten en door de voorzieningenrechter werd vernietigd. Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat het college het oordeel van de rechtbank van 1 juni 2006, dat bindend was omdat er geen hoger beroep tegen was ingesteld, onvoldoende had gevolgd bij het nieuwe besluit op bezwaar.
De Raad verwierp het betoog van het college dat de Afdeling in latere uitspraken een andere visie had gegeven. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit en verklaart het hoger beroep van het college ongegrond.