ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ8863
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bouwvergunning opblaashal wegens onvoldoende maatschappelijke behoefte en gebrekkige ruimtelijke onderbouwing
Eiser maakte bezwaar tegen de bouwvergunning en vrijstelling voor het plaatsen van een opblaashal op een tennispark, omdat de maatschappelijke behoefte onvoldoende was aangetoond en de ruimtelijke onderbouwing tekort schoot. De rechtbank oordeelde eerder dat het college onvoldoende onderzoek had verricht en dat de belangenafweging niet zorgvuldig was.
In het bestreden besluit handhaafde het college de vergunning zonder nieuw onderzoek, wat de rechtbank wederom onvoldoende vond. De ruimtelijke onderbouwing was niet deugdelijk, mede omdat de opblaashal fors afweek van de toegestane bouwvoorschriften en het college zich onterecht baseerde op een verklaring van geen bezwaar van de provincie. Ook het duurzaamheidsbeleid werd niet adequaat betrokken.
Verder werd het belang van eiser, die een waardedaling van zijn woning vreesde, niet meegewogen. De rechtbank vernietigde het besluit en beval het college binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met een dwangsom bij niet-naleving. Proceskosten werden deels toegewezen aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlening van de bouwvergunning en vrijstelling wordt vernietigd vanwege onvoldoende zorgvuldigheid en motivering.