ECLI:NL:RVS:2007:BB1452
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- P.A. Offers
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opvolgende vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting na tijdsverloop
Appellant is op 29 mei 2007 opnieuw in vreemdelingenbewaring gesteld nadat eerdere bewaring vanwege gebrek aan zicht op uitzetting was opgeheven. Hij betwistte dat er nu voldoende zicht op uitzetting zou zijn, mede omdat hij de Palestijnse nationaliteit bleef aanvoeren en geen reisdocument van de Palestijnse autoriteiten had proberen te verkrijgen.
De rechtbank had geoordeeld dat gezien het tijdsverloop van bijna twee jaar sinds de vorige opheffing van bewaring en het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden, er voldoende zicht op uitzetting bestond. Dit oordeel werd bekrachtigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De staatssecretaris mocht op grond van het onderzoek en het bericht van de Unit Facilitering Terugkeer aannemen dat appellant de Egyptische nationaliteit bezit en onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit. Er was geen reden te veronderstellen dat de Egyptische autoriteiten geen reisdocument zouden afgeven indien juiste gegevens werden verstrekt.
Het hoger beroep werd als kennelijk ongegrond verworpen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De uitspraak bevestigt het belang van het tijdsverloop en het ontbreken van nieuwe feiten bij de beoordeling van opvolgende bewaring in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat er voldoende zicht op uitzetting bestaat en wijst het verzoek om schadevergoeding af.