ECLI:NL:RVS:2007:BA9892
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing in hoger beroep wegens niet-betrokken nieuwe documenten in vreemdelingenzaak
Appellanten hadden bij de rechtbank beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Tijdens het hoger beroep stelden zij dat zij nieuwe documenten hadden overgelegd, waaronder een opsporingsbevel en verklaringen, die de rechtbank niet had betrokken bij haar beoordeling. Deze documenten waren volgens appellanten pas na het bestreden besluit ter kennis gekomen en dienden volgens artikel 83 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 te worden meegewogen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank niet had onderzocht of deze nieuwe stukken in de procedure betrokken hadden moeten worden. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte de nieuwe feiten en omstandigheden buiten beschouwing had gelaten, terwijl de goede procesorde dit niet verhinderde.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling en beslissing met inachtneming van de nieuwe stukken. Tevens werd een proceskostenvergoeding vastgesteld, waarvan de rechtbank de vergoeding moet beslissen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling met inachtneming van nieuwe documenten.