ECLI:NL:RVS:2007:BA5988
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.A.A. van Roessel
- Rechtspraak.nl
Weigering bouwvergunning voor vergroting berging wegens strijd met bestemmingsplan
Appellante verzocht om een bouwvergunning voor het vergroten van de berging aan de voorzijde van haar perceel, maar het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer weigerde deze vergunning op grond van strijd met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan staat slechts één berging toe met een maximale grondoppervlakte van 8 m2, terwijl het bouwplan een berging van 9,83 m2 betrof. De rechtbank oordeelde dat het bouwplan niet in overeenstemming was met het bestemmingsplan en dat een lichte bouwvergunning niet mogelijk was.
Appellante voerde aan dat haar eigendomsrecht en het belang bij uitbreiding zwaarder wogen dan het belang van het college bij handhaving van het bestemmingsplan, maar de Raad van State overwoog dat beperkingen op eigendomsrecht zijn toegestaan en dat het college de belangenafweging in redelijkheid heeft gemaakt. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de door appellante genoemde vergelijkbare gevallen niet vergelijkbaar waren.
Verder werd een tweede aanvraag om bouwvergunning afgewezen op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat deze aanvraag feitelijk gelijk was aan de eerdere aanvraag en geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatte die heroverweging rechtvaardigden. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning wordt bevestigd.