ECLI:NL:RVS:2007:BA3910
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geringe overschrijding termijn vreemdelingenbewaring leidt niet tot onrechtmatigheid
Appellant werd op 23 februari 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's Gravenhage verklaarde op 19 maart 2007 het beroep van appellant ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding.
De Raad van State overwoog dat artikel 94, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 niet zonder meer leidt tot onrechtmatigheid bij een geringe overschrijding van de beslistermijn. De beoordeling moet plaatsvinden in het licht van artikel 5, vierde lid, EVRM, dat een spoedige beslissing vereist. In deze zaak was sprake van een geringe overschrijding; de rechtbank deed op de eenentwintigste dag na indiening van het beroep schriftelijk uitspraak, binnen de totale termijn genoemd in de wet.
Ook het feit dat de gemachtigde pas drie dagen na de uitspraak een afschrift ontving, wijzigde dit oordeel niet, aangezien de uitspraak openbaar was gedaan en de verzending slechts van belang is voor de termijn van hoger beroep. De grief van appellant faalde en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af wegens geringe termijnoverschrijding die niet tot onrechtmatigheid leidt.