ECLI:NL:RVS:2007:BA3801
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen voortduring vreemdelingenbewaring
Appellant is op 1 juni 2006 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen de voortduring van deze bewaring heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank 's Gravenhage, die dit beroep bij uitspraak van 27 maart 2007 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat de uitspraak niet in het openbaar zou zijn gedaan en dat de wettelijke termijn voor het hoger beroep was overschreden. Tevens voerde appellant aan dat partijen bij de openbare uitspraak aanwezig hadden moeten zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 geen hoger beroep openstaat tegen de uitspraak van de rechtbank over voortduring van vreemdelingenbewaring. Ook is geen grond voor kennisneming van het hoger beroep aanwezig, omdat geen sprake is van een ernstige schending van procesorde of fundamentele rechtsbeginselen.
De Afdeling verklaarde zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 17 april 2007.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring.