ECLI:NL:RVS:2007:BA2721
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen nieuw feit bij herhaalde aanvraag verblijfsvergunning wegens ontvoering en PTSS
De zaak betreft een hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die de beroepen van vreemdelingen tegen afwijzing van hun verblijfsvergunningen asiel gegrond had verklaard. De vreemdelingen hadden een herhaalde aanvraag ingediend met het argument dat hun dochter was ontvoerd vóór vertrek uit het land van herkomst, een feit dat zij niet eerder hadden aangevoerd wegens angst en PTSS.
De Raad van State oordeelt dat de ontvoering geen nieuw feit of veranderde omstandigheid is, omdat dit vóór de eerdere aanvragen bekend had moeten zijn en de vreemdelingen geacht mochten worden hierover in de eerste procedure op zijn minst summier te hebben verklaard. De PTSS en angst kunnen dit niet rechtvaardigen, mede omdat de rapporteurs in eerdere gehoren hadden verzekerd dat de vreemdelingen vrij en vertrouwelijk konden spreken.
Verder overweegt de Afdeling dat de medische situatie van de vreemdelingen, hoewel PTSS, niet voldoet aan de criteria van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens voor een uitzonderlijke humanitaire reden om uitzetting te voorkomen. Daarom worden de beroepen ongegrond verklaard en wordt het vonnis van de rechtbank vernietigd.
De minister wordt in het gelijk gesteld en de eerdere besluiten tot afwijzing van de verblijfsvergunningen blijven in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard omdat de ontvoering geen nieuw feit is.