ECLI:NL:RVS:2007:BA2372
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onrechtmatigheid vreemdelingenbewaring bij geringe termijnoverschrijding
Appellant was op 7 februari 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld en stelde beroep in tegen deze maatregel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en klaagde over een overschrijding van de beslistermijn van artikel 94, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat een enkele overschrijding van de termijn met een dag niet zonder meer tot onrechtmatigheid van de bewaring leidt. De rechtbank had binnen 21 dagen na indiening van het beroep schriftelijk uitspraak gedaan, waardoor de totale termijn niet werd overschreden. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een kortere termijn vereisten.
De grief van appellant faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 26 maart 2007.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af wegens geringe termijnoverschrijding zonder onrechtmatigheid.