Uitspraak
200501153/1, op goede gronden tot het juiste oordeel gekomen dat het college niet bevoegd was om voor de onderhavige bouwwerken toepassing te geven aan artikel 19, eerste of tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, nu deze bouwwerken binnen de reikwijdte vallen van artikel 19, derde lid, van deze wet maar daarvoor, gelet op de omvang van het reeds aanwezige bijgebouw op het perceel en het ter zake door de gemeente gevoerde beleid, geen vrijstelling kon worden verleend. Hieraan doet niet af, dat het volume van de onderhavige bouwwerken kleiner is dan het bouwvolume dat krachtens de bouwvergunning van 22 juli 1998 voor uitbreiding van de bedrijfsruimte mocht worden gerealiseerd. Immers, deze uitbreiding was, anders dan de bouw van de onderhavige bouwwerken, niet in strijd met de bestemming.