ECLI:NL:RVS:2007:BA1075
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling subsidiair karakter verblijfsvergunningverzoek en vernietiging uitspraak rechtbank
Appellant verzocht bij brief van 20 januari 2005 primair om heroverweging van zijn afgewezen asielaanvraag en subsidiair om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wegens schrijnende omstandigheden. De minister besloot negatief op het primaire verzoek en had ook over het subsidiaire verzoek te beslissen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het subsidiaire verzoek niet ontvankelijk, wat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onterecht achtte.
De Raad van State stelde vast dat het subsidiaire karakter van het verzoek niet uitsluit dat de minister bevoegd was om daarop te beslissen. Na intrekking van een eerdere brief door de minister moest het bezwaarschrift worden opgevat als gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, wat gelijkgesteld is aan een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank in die zaak en verklaarde het beroep niet ontvankelijk.
Daarnaast bevestigde de Raad van State het oordeel van de rechtbank dat het primaire verzoek als een herhaald asielverzoek mocht worden opgevat en verklaarde het hoger beroep in die zaak ongegrond. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt deels gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep niet ontvankelijk verklaard; de minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.