Uitspraak
200305780/1is de thans in geding zijnde garage/veranda niet gebouwd op de openbare weg. Van strijd met de Wegenwet is dan om die reden geen sprake, zodat de vergelijking met die uitspraak niet opgaat.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Tiel verleende op 18 oktober 2004 een vrijstelling en bouwvergunning voor het vernieuwen en veranderen van een garage/veranda op een perceel te Tiel. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde onder meer aan dat het college ten onrechte vrijstelling had verleend, omdat niet aan de voorwaarden van het bestemmingsplan en de Wet op de Ruimtelijke Ordening was voldaan, en dat het bouwplan verkeersonveilig zou zijn en in strijd met de Wegenwet. De Raad van State oordeelde dat de vrijstelling terecht was verleend op grond van artikel 19, derde lid, van de WRO, waardoor de voorwaarden van het bestemmingsplan en het tweede lid van artikel 19 niet Pro relevant waren.
De verkeerskundige analyses en ter zitting getoonde bewijzen maakten aannemelijk dat de vrijstelling niet tot verkeersonveilige situaties leidt en dat parkeren in de garage zonder over de grond van appellant te rijden mogelijk is. Ook was er geen sprake van strijd met de Wegenwet omdat de garage/veranda niet op de openbare weg was gebouwd. Ten slotte kon het betoog over afwijkend gebruik van de garage/veranda in deze procedure niet worden meegenomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.