Uitspraak
200407141/1heeft de Afdeling het besluit van 13 juli 2004 vernietigd, voor zover daarbij het besluit van 4 maart 2004 is gehandhaafd wat de toekenning van schadevergoeding voor incidentele bedrijfsschade betreft.
Raad van State
Appellant ontving een schadevergoeding van €9.525,00 van de gemeente Doetinchem wegens inkomensschade door intrekking van een vergunning voor varkensstallen. Na bezwaar en eerdere vernietiging van een besluit, kende de gemeente een aanvullende vergoeding van €7.950,00 toe. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat niet alle vaste kosten van zijn bedrijf in aanmerking waren genomen.
De Raad van State overwoog dat het bedrijf van appellant niet alleen uit varkenshouderij bestaat, maar ook uit kippen, rundvee en landbouwactiviteiten. Het advies van SAOZ, waarop de gemeente zich baseerde, hield niet volledig rekening met alle vaste kosten die aan het fokzeugen- en mestvarkensbedrijf toe te rekenen zijn. Bovendien ontbrak een duidelijke onderbouwing van de bedragen en de wijze van vaststelling.
Hierdoor was het besluit niet deugdelijk gemotiveerd in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de gemeente werd gelast het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van de gemeente Doetinchem wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de schadevergoeding.