ECLI:NL:RVS:2006:AZ3240
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- W.D.M. van Diepenbeek
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning voor parkeerplaatsen bij rijksmonument Van Nellecomplex bevestigd
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam weigerde op 7 mei 2004 een vergunning voor het aanbrengen van extra parkeerplaatsen op het rijksmonument Van Nellecomplex. Appellante, eigenaar van het complex, stelde dat voor het gebruik van de binnenplaats als parkeerterrein geen vergunning nodig was. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het aanbrengen van parkeerplaatsen en blauwe markeringen op het terrein een wijziging van het monument betreft waarvoor een vergunning vereist is. Het feit dat parkeren niet expliciet verboden was in het Terreinplan doet hieraan niet af. Het college baseerde de weigering terecht op de mogelijke verstoring en ontsiering van het monumentale complex.
Appellante voerde aan dat het college zich baseerde op planologische motieven in plaats van monumentenbelangen, maar de Raad stelde vast dat het parkeerbeleid juist gericht is op het beschermen van het monumentale beeld. Ook het APA-beleid stond het standpunt van het college niet in de weg. Ten slotte was er geen reden om aan te nemen dat het college in redelijkheid tot een andere beslissing had moeten komen gezien de aanwezige parkeervoorzieningen en het belang van monumentenbescherming.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de monumentenvergunning voor parkeerplaatsen op het Van Nellecomplex.