Uitspraak
200401908/1heeft de Afdeling het daartegen door appellanten ingestelde hoger beroep gegrond verklaard en de aangevallen uitspraak, met verbetering van de gronden, bevestigd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden wees een verzoek af om handhavend op te treden tegen het gebruik van een perceel voor stalling van autobussen, wasstraatgebruik en verkoop van motorbrandstoffen aan derden. Diverse procedures volgden, waarbij de rechtbank en de voorzieningenrechter meerdere keren het college verplichtten een nieuw besluit te nemen.
Het college handhaafde echter niet, waarna verzoekers voorlopige voorzieningen vroegen bij de Raad van State om handhaving af te dwingen of te voorkomen. De Raad oordeelde dat het verzoek van appellant B geen spoedeisend belang had omdat het slechts ging om een vooraankondiging van handhaving zonder directe gevolgen.
Het verzoek van verzoeker om het college te gelasten tot handhaving werd eveneens afgewezen omdat de gemeenteraad binnen korte tijd zou beslissen over een bestemmingsplan waarin het gebruik positief werd bestemd, waardoor spoedeisend belang ontbrak.
De Raad van State wees daarom de verzoeken af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat voorlopige voorzieningen alleen worden toegekend bij concreet en spoedeisend belang.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.