ECLI:NL:RVS:2006:AZ2276
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- F.P. Zwart
- C.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten monumentenvergunning vergroting doorbraak panden Eindhoven
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees aanvragen van appellanten af voor monumentenvergunningen om doorbraken in beschermde gemeentelijke monumenten te vergroten. De rechtbank verklaarde beroepen tegen eerdere besluiten gegrond en vernietigde deze, waarna het college opnieuw bezwaren ongegrond verklaarde. De rechtbank verwierp daarop het beroep van appellanten, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college in strijd met artikel 7:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft gehandeld door het advies van de brandweer niet aan appellanten mede te delen en hen niet in de gelegenheid te stellen daarop te reageren. Hierdoor is het beginsel van hoor en wederhoor geschonden. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van het college van 5 september 2005.
De monumentencommissie en het college stelden zich op het standpunt dat de historische structuur en perceelsgrenzen beschermd moeten worden, waarbij vergroting van doorbraken een onaanvaardbare aantasting van de monumentwaardigheid vormt. Dit beleid werd als niet kennelijk onredelijk beoordeeld. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, mede omdat eerdere vergunningen tot doorbraken aanleiding gaven tot een strenger beleid.
De Raad van State laat de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de beroepen bij de rechtbank worden eveneens gegrond verklaard.
Uitkomst: De besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven van 5 september 2005 worden vernietigd wegens schending van het hoor en wederhoor-beginsel.