ECLI:NL:RVS:2006:AZ2262
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- R.G.P. Oudenaller
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gedogen inrichting zonder vergunning
Verweerder heeft bij besluit van 22 augustus 2006 het in werking houden van een inrichting zonder de vereiste milieuvergunning gedoogd tot uiterlijk 1 januari 2007, omdat de vergunning was verlopen en een nieuwe vergunningaanvraag was ingediend. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter overwoog dat gedogen slechts onder strikte voorwaarden toelaatbaar is, maar dat in dit geval sprake is van een overgangssituatie waarbij een ontvankelijke vergunningaanvraag is ingediend en er uitzicht is op legalisatie binnen enkele weken. De gedoogperiode is beperkt en er zijn voorwaarden gesteld ter bescherming tegen geluid-, stof- en trillinghinder, die aansluiten bij de eerdere vergunning.
Verzoekster stelde dat de gedoogvoorwaarden onvoldoende bescherming boden en dat handhaving niet onevenredig zou zijn, maar de Voorzitter vond geen aanleiding dit te volgen. Ook is de milieubelasting vermoedelijk afgenomen doordat het breken van puin niet meer wordt toegestaan. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gedogen van de inrichting zonder vergunning is afgewezen.