ECLI:NL:RVS:2006:AZ0797

Raad van State

Datum uitspraak
17 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200606602/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • W. Konijnenbelt
  • P.A. Melse
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening inzake dwangsom milieuregelgeving

In deze zaak heeft de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 17 oktober 2006 uitspraak gedaan op een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen een kennisgeving van verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Heerde, waarin een dwangsom van € 5.000,- werd aangekondigd wegens een overtreding van de milieuregelgeving op het perceel van verzoeker. Het bezwaar werd ingediend op 17 juli 2006, maar de Voorzitter oordeelde dat het voornemen van verweerder niet als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden aangemerkt. Dit betekent dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk zal worden verklaard. De Voorzitter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, omdat er geen aanleiding was om in te grijpen in de procedure. Tevens werd er geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van de definitie van een besluit volgens de Awb en de voorwaarden waaronder een voorlopige voorziening kan worden getroffen.

Uitspraak

200606602/1
Datum uitspraak: 17 oktober 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Heerde,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij brief van 11 juli 2006 heeft verweerder aan verzoeker kennisgeving gedaan van zijn voornemen om een dwangsom ten bedrage van € 5.000,- op te leggen vanwege niet nader aangegeven overtreding van de milieuregelgeving op het perceel van verzoeker aan de [locatie] te [plaats].
Daartegen heeft verzoeker bij schrijven van 17 juli 2006 bezwaar gemaakt.
Bij brief van 4 september 2006, bij de Raad van State ingekomen op 5 september 2006, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 oktober 2006, waar verzoeker in persoon en verweerder, vertegenwoordigd door F. Vorselman en C.L. Beekhuis, beiden ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder een besluit, waartegen op grond van artikel 7:1 en artikel 8:1 van de Awb bezwaar en beroep open staat, verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, voor zover hier van belang, kan indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen.
2.2.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 14 maart 2003 in zaak no. 200206766/1 is een voornemen niet aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb, maar vormt het een onderdeel van de procedure die kan voorafgaan aan de totstandkoming van een besluit.
2.3.    Aangezien het door verzoeker bij brief van 17 juli 2006 ingediende bezwaarschrift tegen het voornemen van 11 juli 2006 niet gericht is tegen een besluit, zal het bezwaarschrift naar verwachting door verweerder niet-ontvankelijk worden verklaard. Gelet hierop ziet de Voorzitter geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van Staat.
w.g. Konijnenbelt    w.g. Melse
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2006
191-518