ECLI:NL:RVS:2006:AY8505
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- R. van der Spoel
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bouwvergunning splitsing winkelruimte wegens strijd met bestemmingsplan en PDV/GDV-beleid
Het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden heeft op 25 juni 2003 een bouwvergunning geweigerd voor het splitsen van een winkelruimte op het perceel De Centrale 9. De gemeenteraad heeft vervolgens geweigerd vrijstelling te verlenen van de minimum winkelvloeroppervlakte zoals voorgeschreven in het bestemmingsplan en het PDV/GDV-beleid. De rechtbank heeft deze besluiten bevestigd en het hoger beroep van appellante, Carpetland B.V., is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ongegrond verklaard.
De kern van het geschil betreft de vraag of het bestemmingsplan en het gemeentelijke beleid omtrent grootschalige detailhandel (PDV/GDV-beleid) onredelijk zijn en of de minimum winkelvloeroppervlakte van 1.500 m2 terecht is toegepast. Appellante wenst een schoenenwinkel met een vloeroppervlakte van 400 m2 te vestigen, wat volgens het bestemmingsplan en beleid niet is toegestaan.
De Afdeling oordeelt dat het beleid gericht is op het behoud van de binnenstad en dat de concentratie van grootschalige detailhandel in de periferie een bewuste ruimtelijke keuze is. De minimum vloeroppervlakte is onderdeel van dit beleid en niet onredelijk. Het beroep faalt ook omdat appellante geen belang heeft bij de vraag of bepaalde planvoorschriften onverbindend zijn en omdat er geen reden is om vrijstelling te verlenen.
De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissing van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de bouwvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.