ECLI:NL:RVS:2006:AY7581
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- F.P. Zwart
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bestendiging voorkeursrecht gemeente Helmond in strijd met Wet voorkeursrecht gemeenten
Het college van burgemeester en wethouders van Helmond heeft op 16 december 2004 een voorstel gedaan om bepaalde percelen aan te wijzen waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) van toepassing zijn. De gemeenteraad heeft dit voorstel op 1 februari 2005 bekrachtigd. De naamloze vennootschap RWE Obragas N.V. maakte bezwaar tegen het besluit van 16 december 2004 en het daaropvolgende raadsbesluit. De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van Obragas gegrond en vernietigde het besluit van de raad.
De gemeente Helmond stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de vraag of het besluit van 16 december 2004 in strijd was met artikel 9 van Pro de Wvg, dat beperkingen stelt aan de hernieuwde aanwijzing van gronden binnen twee jaar na het vervallen van een eerder voorkeursrecht. De Raad van State oordeelde dat het besluit van 16 december 2004 het eerdere besluit van 20 juli 2004 heeft doen vervallen en dat het nieuwe besluit niet tijdig is bestendigd door een raadsbesluit, waardoor het in strijd is met artikel 9 van Pro de Wvg.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het besluit van 16 december 2004 niet rechtsgeldig is en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd de gemeente Helmond veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van RWE Obragas N.V. ter hoogte van €644,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de raad van de gemeente Helmond wordt ongegrond verklaard en het besluit van 16 december 2004 is in strijd met artikel 9 van de Wet voorkeursrecht gemeenten.