ECLI:NL:RVS:2006:AY7163
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.K.W. Bartel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vrijstelling voor uitbreiding caravanhandel op agrarisch perceel
Appellante verzocht om vrijstelling voor het uitbreiden van haar caravanhandel op een perceel naast haar bestaande locatie, maar het college van burgemeester en wethouders van Schermer weigerde deze vrijstelling. Deze weigering werd bevestigd door de rechtbank Alkmaar, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het perceel volgens het bestemmingsplan bestemd is voor agrarische doeleinden zonder bebouwing en dat het gebruik voor caravanhandel strijdig is met deze bestemming. Echter, de zogenaamde toverformule uit artikel 35 van Pro de planvoorschriften kan alleen worden toegepast indien een zinvol gebruik overeenkomstig het bestemmingsplan objectief niet meer mogelijk is. De Raad concludeerde dat het perceel nog wel degelijk zinvol agrarisch gebruikt kan worden, ook voor hobbymatig houden van dieren en het behoud van landschappelijke waarden.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat het college in redelijkheid kon weigeren vrijstelling te verlenen op grond van artikel 19 van Pro de WRO, omdat het beleid gericht is op het voorkomen van uitbreiding van bestaande bedrijven en appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat dit beleid in haar geval onredelijk was. Ook was er geen bewijs dat het college de bevoegdheid misbruikte om bedrijfsverplaatsing af te dwingen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van vrijstelling bevestigd.