ECLI:NL:RVS:2006:AY6309
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.H.M. van Altena
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing subsidieaanvraag politieke partij op grond van Wet subsidiëring politieke partijen
Appellante, de vereniging Europa Transparant, verzocht om subsidie op grond van de Wet subsidiëring politieke partijen (Wspp). De Minister van Binnenlandse Zaken wees deze aanvraag op 11 november 2004 af, waarna ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank Breda ongegrond werden verklaard. Appellante stelde in hoger beroep dat zij recht had op subsidie omdat zij bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2004 twee zetels had behaald.
De Raad van State overwoog dat de Wspp alleen subsidie verleent aan politieke partijen die zetels hebben behaald bij de verkiezingen voor de Tweede of Eerste Kamer der Staten-Generaal. De wetstekst en de parlementaire geschiedenis maken duidelijk dat het Europees Parlement niet onder deze regeling valt. Daarom was de afwijzing van de subsidieaanvraag terecht.
Daarnaast faalden de betogen van appellante dat het besluit in strijd zou zijn met algemene bestuursrechtelijke beginselen zoals het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. Ook het argument dat appellante zendtijd had gekregen, bood geen grond voor subsidie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling of schadevergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag afgewezen.