Uitspraak
200602788/2kan in het kader van een aanvraag om een veranderingsvergunning worden beoordeeld of meer opslag op het terrein mogelijk is dan bij het bestreden besluit is vergund.
Raad van State
Appellante had een revisievergunning aangevraagd voor het vervaardigen van pallets, kisten en polystyreen op een perceel te Berkel en Rodenrijs. Eerder was een vergunning verleend, maar gedeeltelijk vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de naleefbaarheid van een stralingsnorm van 15 kW per m².
Na gedeeltelijke vernietiging nam verweerder een nieuw besluit waarbij een deel van de opslag werd geweigerd. Appellante stelde dat dit een impliciete weigering van de vergunning was, omdat de bedrijfsvoering onmogelijk werd. Zij voerde aan dat verweerder ten onrechte uitging van de stralingsnorm op de erfgrens in plaats van op de gevel van omliggende woningen en dat een nieuwe tekening ten onrechte buiten beschouwing was gelaten.
De Afdeling oordeelde dat het uitgangspunt van de stralingsnorm op de erfgrens juist was en dat het nieuwe besluit gebaseerd moest zijn op de oorspronkelijke aanvraag van 2 juli 1998. Latere wijzigingen of intrekkingen konden niet worden meegenomen. Verder was niet aannemelijk dat de bedrijfsvoering feitelijk onmogelijk was binnen de gestelde grenzen.
Ook de woningen die appellante als bedrijfswoningen wilde rekenen lagen buiten de inrichting en mochten daarom buiten beschouwing blijven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke weigering van de revisievergunning wordt ongegrond verklaard.