ECLI:NL:RVS:2006:AX4389
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- F.B. Van der Maesen de Sombreff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake revisievergunning Wet milieubeheer voor opslag en productie
Bij uitspraak van 6 maart 2002 vernietigde de Afdeling het besluit van 18 april 2000 tot het verlenen van een revisievergunning voor een inrichting voor het vervaardigen van pallets, kisten en polystyreen gedeeltelijk. Verweerder nam op 20 december 2005 een nieuw besluit, dat op 2 maart 2006 ter inzage werd gelegd. Verzoekster stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter overwoog dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure. Het nieuwe besluit moest worden beoordeeld naar het recht dat gold vóór de inwerkingtreding van wetswijzigingen per 1 december 2005. Verzoekster betoogde dat verweerder onterecht uitging van een andere berekeningsmethodiek voor de stralingsnorm dan waarop de oorspronkelijke tekening was gebaseerd, en dat daardoor de bedrijfsvoering feitelijk onmogelijk werd.
De Voorzitter oordeelde dat het nieuwe besluit terecht was gebaseerd op de oorspronkelijke aanvraag van 2 juli 1998 en dat het wijzigen van de aanvraag in deze fase niet verenigbaar is met het stelsel van de Wet milieubeheer. Ook was niet aannemelijk dat de bedrijfsvoering feitelijk onmogelijk was binnen de gestelde grenzen. Verder werd geoordeeld dat de bedrijfswoningen niet tot de inrichting behoren omdat geen zodanige technische, organisatorische of functionele binding bestond.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, met de verwachting dat de behandeling van de aanvraag om een veranderingsvergunning zal worden bespoedigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.