Uitspraak
200409107/1, vernietigd, voor zover daarbij de toestemming voor mechanische kokkelvisserij in het litoraal van de Waddenzee is gehandhaafd.
200407395/1, het verzoek van appellante om opheffing van de schorsende werking van de ingediende bezwaarschriften afgewezen. Bij besluit van 18 oktober 2004 heeft verweerder de gemaakte bezwaren tegen het besluit van 20 juli 2004 ongegrond verklaard. Tegen dit besluit hebben appellante, het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, de Vogelbescherming Nederland en anderen, de Stichting De Faunabescherming en de Stichting Wilde Kokkels beroep ingesteld. Het verzoek van appellante om opheffing van de schorsende werking van de ingediende beroepen heeft de Voorzitter van de Afdeling bij uitspraak van 3 december 2004, no.
200409107/2, afgewezen. Bij uitspraak van 1 juni 2005, no.
200409107/1, heeft de Afdeling beslissend op de ingediende beroepen tegen het besluit van 18 oktober 2004 onder meer als volgt overwogen:
200000690/1-A en 200101670/1-A] heeft de Afdeling geoordeeld dat de mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee een plan of project in de zin van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn vormt. Gelet op artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn, volgt uit het voorgaande dat, behoudens de omstandigheid dat op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat de kokkelvisserij in de Waddenzee afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen heeft voor dat gebied, verweerder deze activiteit aan een passende beoordeling moet onderwerpen. (…)