ECLI:NL:RVS:2006:AX9347
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- W. van den Brink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning voor windturbines ondanks bezwaren over ruimtelijke onderbouwing en geluidnormen
Het college van burgemeester en wethouders van Lopik verleende op 24 augustus 2004 aan Eneco Milieu B.V. een vrijstelling en bouwvergunning voor drie windturbines en een inkoopstation op percelen nabij het bedrijfsterrein en defensiecomplex Lopik. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en later door de rechtbank Utrecht ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende was, met name ten aanzien van de landschappelijke inpassing en de naleving van geluidnormen volgens de Wet milieubeheer. Tevens stelden zij dat het draagvlak voor het project was afgenomen. De Raad van State oordeelde dat de ruimtelijke onderbouwing zorgvuldig was opgesteld, onder meer gebaseerd op deskundige rapporten en provinciale richtlijnen. De geluidnormen vallen onder het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer, waarvoor een melding volstaat, en er was geen bewijs dat deze normen worden overschreden.
Daarnaast werd het argument over de nabijheid van een vogelbiotoop niet in behandeling genomen omdat dit niet eerder in de procedure was aangevoerd. Het draagvlak werd niet als doorslaggevend beschouwd gezien het belang van windenergie. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning en vrijstelling voor de windturbines worden bevestigd.