Uitspraak
200410061/1, dient de Minister in beginsel van de juistheid van de gegevens zoals die door de Belastingdienst zijn verstrekt, uit te gaan. Hoewel appellant heeft gesteld dat zijn echtgenote in het peiljaar geen betaalde arbeid heeft verricht, is uit de door de Belastingdienst verstrekte gegevens gebleken dat zij gedurende het peiljaar inkomsten heeft genoten. Derhalve was de Minister op grond van de wettelijke bepalingen gerechtigd de subsidiebijdrage nader vast te stellen. Zoals eveneens eerder is geoordeeld, bijvoorbeeld in voormelde uitspraak van 10 augustus 2005, is het aan appellant om, indien hij van mening is dat de aanslag inkomstenbelasting onjuist is vastgesteld, daartegen in bezwaar te gaan bij de inspecteur, hetgeen naar blijkt uit de door appellant overgelegde stukken, inmiddels is geschied. De Minister behoeft de uitkomst van deze procedure evenwel niet af te wachten. Wel kan appellant, in het geval de Belastingdienst het gezamenlijk inkomen van appellant en zijn echtgenote nader vaststelt, de Minister wederom verzoeken om herziening van de huursubsidiebijdrage.