ECLI:NL:RVS:2005:AU0759
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over herziening huursubsidie op grond van inkomen
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bevestigde om de huursubsidie over het tijdvak 1997-1998 nader vast te stellen op nul euro.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte ook het materiële geschil heeft beoordeeld terwijl sprake was van een mandaatgebrek. Dit betoog werd verworpen omdat de Minister zich achter het besluit stelde en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand konden blijven volgens artikel 8:72 Awb Pro.
De kern van het geschil betrof de vraag of de Minister terecht is uitgegaan van het door de Belastingdienst vastgestelde belastbaar inkomen over het peiljaar 1996, dat was verhoogd wegens een afname van de oudedagreserve. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de aanslag onjuist was en dat hij de mogelijkheid had om bezwaar te maken of correctie te vragen binnen de daarvoor gestelde termijn.
De Raad van State bevestigde dat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit terecht in stand had gelaten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.