ECLI:NL:RVS:2006:AX0721
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing voorrangsverklaring wegens niet-tijdig ingediend bezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees op 14 oktober 2004 de aanvraag van appellant om een voorrangsverklaring krachtens de Huisvestingsverordening Haaglanden 1996 af. Appellant diende bezwaar in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde dat hij de beschikking pas drie weken na verzending ontving en dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom dit niet tot een verlenging van de termijn leidde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de termijn voor het indienen van bezwaar begint te lopen vanaf de dag na verzending van het besluit, ongeacht de daadwerkelijke ontvangst. Appellant had nog ruim drie weken de tijd om bezwaar te maken na ontvangst van het besluit, en had desnoods kunnen melden dat de gronden later zouden volgen. Er was geen sprake van een situatie die een uitzondering op de termijnregel rechtvaardigt.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens niet-tijdige indiening van het bezwaarschrift.