Uitspraak
200307345/1, voor zover hier van belang, onherroepelijk is geworden.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Delft weigerde op 26 februari 2004 een bouwvergunning en vrijstelling voor het verbouwen van een pakhuis tot atelier op een perceel in Delft. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat het college op 11 oktober 2004 ongegrond verklaarde. De rechtbank 's-Gravenhage bevestigde dit in haar uitspraak van 11 juli 2005.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college het bouwplan ten onrechte had getoetst aan het oude bestemmingsplan "Westerkwartier", terwijl op het moment van de beslissing het nieuwe bestemmingsplan "Noordwest, deelgebied I" reeds ter inzage lag en van toepassing was. De uitzondering waarbij toetsing aan het oude plan nog mogelijk is, was hier niet van toepassing omdat het bouwplan niet in overeenstemming was met het oude plan en het nieuwe plan reeds ter inzage lag.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Delft om de bouwvergunning te weigeren wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.