Uitspraak
200407533/1vernietigd.
Raad van State
Bij besluit van 1 juli 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Someren een vergunning voor het veranderen van een varkensfokkerij en -mesterij. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, met name vanwege onvoldoende bescherming tegen geluidhinder en het niet toetsen aan nieuwe luchtkwaliteitsnormen.
De Raad van State oordeelde dat het beroep deels niet-ontvankelijk was wegens het niet tijdig indienen van bedenkingen over stankhinder, maar ontvankelijk voor andere gronden zoals de geluidvoorschriften en luchtkwaliteit. De Raad stelde vast dat de geluidvoorschriften onvoldoende waren gemotiveerd, met name ten aanzien van frequentie en hoogte van geluidniveaus bij bepaalde activiteiten. Ook was onvoldoende onderzocht of de frequentie van verkeersbewegingen met de tractor redelijkerwijs noodzakelijk was.
Verder oordeelde de Raad dat de vergunning geen toename van luchtverontreiniging veroorzaakte en dat toetsing aan het Besluit luchtkwaliteit 2005 niet noodzakelijk was. De Raad verwierp bezwaren over onjuiste aannames in het akoestisch rapport en het gebruik van een hogedrukreiniger. Gelet op het belang van het geluidaspect vernietigde de Raad het gehele besluit en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende gemotiveerde en ontoereikende geluidvoorschriften.