ECLI:NL:RVS:2006:AV3916
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen sloopvergunning in beschermd stadsgezicht
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 31 januari 2001 een vergunning voor de sloop van het pand Waterloostraat 107 te Rotterdam. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat op 6 juni 2003 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Rotterdam, die dit beroep op 8 februari 2005 niet-ontvankelijk verklaarde wegens het ontbreken van een concreet procesbelang.
Appellant stelde dat hij door de sloop in een beschermd stadsgezicht in zijn financiële belangen werd geschaad, maar kon niet aannemelijk maken dat hij daadwerkelijk schade leed door waardedaling van zijn pand. De rechtbank oordeelde dat appellant slechts een principiële uitspraak wenste over het gemeentelijk beleid, wat onvoldoende is voor een procesbelang.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde op 8 maart 2006 deze niet-ontvankelijkverklaring en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Een inhoudelijke beoordeling van de overige argumenten van appellant vond niet plaats. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.