ECLI:NL:RVS:2006:AV3871
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag eenmalige uitkering bestrijding regionale wateroverlast
De gemeente Rotterdam heeft op 31 maart 2004 een aanvraag ingediend voor een eenmalige uitkering op grond van de Tijdelijke regeling eenmalige uitkering bestrijding regionale wateroverlast. De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat heeft deze aanvraag afgewezen omdat het subsidieplafond was bereikt op het moment dat de aanvraag was aangevuld met ontbrekende gegevens. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de gemeente ongegrond.
De gemeente stelde in hoger beroep dat de regeling en de toepassing daarvan in strijd waren met bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), met name artikel 4:5 en Pro 4:15. De Raad van State oordeelde echter dat artikel 8 van Pro de regeling, dat de volgorde van ontvangst als maatstaf hanteert voor de toekenning van subsidies, niet in strijd is met de Awb. Ook was het volgens de Afdeling terecht dat de Staatssecretaris om aanvullende gegevens vroeg, aangezien de aanvraag betrekking had op meerdere projecten waarvan niet alle benodigde gegevens waren ingediend.
De Raad van State bevestigde dat het subsidieplafond leidend is en dat het risico voor het niet compleet indienen van gegevens bij de aanvrager ligt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente Rotterdam wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag bevestigd.