Uitspraak
200206434/1is een termijnoverschrijding in dat geval in beginsel verschoonbaar.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Heusden weigerde bij besluit van 21 november 2000 medewerking aan een verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan "Buitengebied" voor de bouw van een woonhuis, schuur en kassen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn van zes weken zoals bedoeld in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellant tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. Appellant stelde echter dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat het college in het oorspronkelijke besluit onjuiste rechtsmiddelenvoorlichting had gegeven, waardoor appellant niet tijdig bezwaar kon maken.
De Raad van State oordeelde dat de rechtsmiddelenvoorlichting in het besluit van 21 november 2000 onjuist was en dat de termijnoverschrijding daarom in beginsel verschoonbaar is. Appellant had het bezwaar ingediend zodra hij door een advocaat was gewezen op de mogelijkheid tot bezwaar. De Raad vernietigde daarom het besluit van 2 december 2003 en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte rechtsmiddelenvoorlichting door bestuursorganen en bevestigt dat een termijnoverschrijding in geval van onjuiste voorlichting verschoonbaar kan zijn, ook als enige tijd is verstreken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het beroep bij de rechtbank wordt alsnog toegewezen en het besluit van het college wordt vernietigd.