ECLI:NL:RVS:2006:AV1780
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering bouwvergunning voor vernieuwing bergingen wegens procedurele fouten
Het college van burgemeester en wethouders van Montferland weigerde bouwvergunningen voor het vernieuwen van twee bergingen op een perceel. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bouwplannen in strijd waren met het bestemmingsplan, omdat de berging op het voorerf te dicht bij de voorgevel werd geplaatst en de berging op het achtererf een te hoge goothoogte had. Het overgangsrecht was niet van toepassing omdat sprake was van nagenoeg volledige vernieuwing.
Echter, de Afdeling stelde vast dat het college ten onrechte niet had onderzocht of vrijstelling op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening mogelijk was. Dit verzoek had het college moeten voorleggen aan de gemeenteraad, wat niet was gebeurd. Hierdoor was het besluit op bezwaar niet zorgvuldig genomen en kon het niet in stand blijven.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de bouwvergunningen is vernietigd wegens het niet doorgeleiden van het verzoek om vrijstelling aan de gemeenteraad.