ECLI:NL:RVS:2006:AV1260
Raad van State
- Hoger beroep
- J.R. Schaafsma
- J.G.C. Wiebenga
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake schadevergoeding wegens feitelijke handelingen bij bodemverontreiniging
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Haarlem om schadevergoeding wegens belemmeringen veroorzaakt door werkzaamheden rond haar onderneming. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellante stelde beroep in bij de rechtbank Haarlem, die zich onbevoegd verklaarde omdat het beroep volgens haar bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State thuishoorde.
De Afdeling overwoog dat het verzoek van appellante betrekking had op schade door feitelijke handelingen, zoals het plaatsen van hekwerken en bouwtuig, en niet op een besluit in de zin van de Wet milieubeheer. Tegen feitelijke handelingen is geen bestuursrechtelijke rechtsgang open, zodat de rechtbank ten onrechte onbevoegd was en het college het bezwaar ten onrechte ongegrond verklaarde in plaats van niet-ontvankelijk.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en verklaarde het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd bevestigd dat schadevergoeding wegens feitelijke handelingen niet via bestuursrechtelijke procedure kan worden afgedwongen.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.