ECLI:NL:RVS:2006:AU9411
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- H. Borstlap
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning milieubeheer wegens onvoldoende zorgvuldige geluidsbeoordeling
Bij besluit van 8 december 2004 verleende het college van gedeputeerde staten van Gelderland een vergunning aan appellante sub 1 voor een inrichting gericht op het opslaan en bewerken van gevaarlijke afvalstoffen en autowrakken. Appellanten sub 1 en sub 2 stelden beroep in tegen dit besluit. De Raad van State behandelde de zaak op 27 oktober 2005 en oordeelde dat het beroep van appellanten sub 2 deels niet-ontvankelijk was vanwege het niet tijdig indienen van bedenkingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de geluidsnormen in de vergunning onvoldoende zorgvuldig waren vastgesteld. De meting van het referentieniveau van het omgevingsgeluid was onvoldoende deugdelijk, omdat slechts één korte meting was verricht in plaats van de voorgeschreven meerdere metingen. Daarnaast was het begrip "onbedoelde incidenten" in de voorschriften te onbepaald, wat in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.
Verder erkende verweerder dat sommige voorschriften onnodig bezwarend waren of taalkundig onjuist geformuleerd. Gezien het belang van geluidaspecten voor de vergunningverlening vernietigde de Raad van State het gehele besluit. Tevens werd de provincie Gelderland veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de milieuvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige geluidsbeoordeling en onduidelijke voorschriften.