ECLI:NL:RVS:2006:AU9389
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- R.R. Winter
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitschrijving kinderen uit gemeentelijke basisadministratie wegens emigratie
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besloot op 30 december 2003 de bijhouding van de persoonslijst van de kinderen van appellant op te schorten wegens emigratie naar Indonesië, omdat zij niet langer als ingezetenen in de gemeentelijke basisadministratie konden worden opgenomen. Appellant maakte bezwaar, dat door het college en de rechtbank ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 48 van Pro de Wet GBA een ingezetene die naar redelijke verwachting gedurende een jaar ten minste twee derden van de tijd buiten Nederland verblijft, uitgeschreven kan worden. Het college had aanwijzingen dat de kinderen sinds 2000 niet meer op een Nederlandse school stonden ingeschreven en langdurig in Indonesië verbleven. Appellant had niet meegewerkt aan het onderzoek door niet te reageren op brieven en inlichtingenverzoeken.
Hoewel appellant stelde dat de arbeidsovereenkomst met zijn werkgever zou worden ontbonden en daardoor geen langdurig verblijf in het buitenland te verwachten was, kon het college dit niet weten bij het nemen van het besluit. De Raad oordeelde dat het college terecht uitging van de redelijke verwachting dat de kinderen gedurende een jaar ten minste twee derden van de tijd buiten Nederland zouden verblijven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot uitschrijving van de kinderen uit de gemeentelijke basisadministratie wegens emigratie naar Indonesië.