Uitspraak
200308365/1, is dit beleid niet kennelijk onredelijk. De rechtbank heeft in dit verband terecht, met verwijzing naar bovenvermelde uitspraak van de Afdeling, overwogen dat het betoog van appellant dat het belang van bescherming van bijzondere landschappelijke en natuurlijke waarden, gelet op vroegere jurisprudentie van de Afdeling en de voormalige Afdeling geschillen, geen rol kan spelen bij de beslissing omtrent vergunningverlening voor een verkooppunt ter plaatse, faalt, reeds omdat die jurisprudentie betrekking heeft op beslissingen van een ander bestuursorgaan op basis van een ander wettelijk stelsel. Hetgeen appellant in hoger beroep verder heeft aangevoerd over de naar zijn stellen onjuistheid van het beleid leidt niet tot een ander oordeel.