ECLI:NL:RVS:2004:AP8386
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- W.M. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing standplaatsvergunningen in beschermd molengebied Kinderdijk
Appellant had bij het college van burgemeester en wethouders van Nieuw-Lekkerland een aanvraag ingediend voor vier standplaatsvergunningen in Kinderdijk voor 2002. Het college wees de aanvraag toe voor één locatie tegenover het Molenexpositiecentrum, maar wees de overige aanvragen in het molengebied af vanwege het beschermde karakter van het gebied en het gemeentelijk beleid dat geen standplaatsvergunningen in dat gebied toestaat.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit werd door het college ongegrond verklaard. De rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond. Appellant stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het gemeentelijke beleid, neergelegd in de Notitie vent- en standplaatsvergunningen, niet kennelijk onredelijk is en dat het belang van bescherming van bijzondere landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden een geldige grond is voor weigering van vergunningen. De subsidiaire grond dat appellant niet voldeed aan de voorwaarde van persoonlijke inneming van standplaatsen werd eveneens aanvaard.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de standplaatsvergunningen in het beschermde molengebied en verklaart het hoger beroep ongegrond.