ECLI:NL:RVS:2005:AU7181
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A.L.M. Steinebach-de Wit
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanlegvergunning voor kappen en rooien van bomen binnen bestemmingsplan Verblijfsrecreatieve doeleinden
Het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten verleende op 27 augustus 2003 een aanlegvergunning aan vergunninghoudster voor het kappen en rooien van bomen en ander houtgewas op percelen met de bestemming Verblijfsrecreatieve doeleinden. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college en later door de rechtbank Almelo ongegrond werd verklaard.
De Raad van State overwoog dat de aanlegvergunning in overeenstemming is met het bestemmingsplan en dat het college de vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen, onder meer door voorwaarden te verbinden aan de vergunning over de inventarisatie van waardevolle bomen. Ook werd geoordeeld dat de Flora- en Faunawet in een aparte procedure aan de orde komt en dat het college niet verplicht was een voorwaarde te verbinden over het aanvragen van ontheffing onder die wet.
Verder oordeelde de Raad dat het bosachtige karakter van het gebied niet verloren gaat door de vergunning en dat de herplantplicht niet afhankelijk is van een bestemmingsplanwijziging. Beroepen op de Habitatrichtlijn en het Streekplan Overijssel 2000+ werden verworpen. De hoger beroepen zijn ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.