ECLI:NL:RVS:2005:AU7179
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor sloop van recreatiewoningen ondanks bezwaar appellanten
Het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten verleende op 24 september 2003 een sloopvergunning aan Haarzuilensche Projectontwikkelingsmaatschappij B.V. voor het slopen van vier recreatiewoningen. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank Almelo verklaarde het beroep van appellanten eveneens ongegrond. Appellanten stelden vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 8.1.6, aanhef en onder e, van de bouwverordening van de gemeente Rijssen-Holten 2003, dat voorschrijft dat een sloopvergunning geweigerd moet worden indien een aanlegvergunning vereist is en niet is verleend. De Raad van State oordeelde dat de aanlegvergunning die was verleend betrekking had op het kappen en rooien van bomen en geen directe relatie had met de sloopvergunning voor de recreatiewoningen. Hierdoor was de weigeringsgrond niet van toepassing.
Verder verwierp de Raad van State het standpunt van appellanten dat de sloopvergunning pas verleend mocht worden nadat de aanlegvergunning onherroepelijk was geworden. Ook de door appellanten gevreesde geluidsoverlast en schade aan de weg konden niet als weigeringsgrond worden aangemerkt. De Raad van State bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de sloop wordt bevestigd.